|
|
Welkom op Stoppen met Werken, rubriek salaris_dga
Belangrijke juridische uitspraken inzake gebruikelijk loon
Vanaf 1997 geldt, dat een (directeur-)grootaandeelhouder die werkzaamheden voor zijn B.V. verricht, fiscaal steeds geacht wordt een salaris te genieten. Blijft de toekenning en de uitbetaling van salaris achterwege, dan gaat de fiscus niettemin van een gebruikelijk salaris uit. De hoogte van het gebruikelijke salaris (die per geval afhankelijk is van de feitelijke omstandigheden) wordt geacht minimaal EUR 38.118 te bedragen tenzij een lager gebruikelijk salaris aannemelijk kan worden gemaakt. In 2001 is een aantal belangrijke uitspraken gedaan over deze gebruikelijk loonregeling.
Verliessituatie Een directeur-grootaandeelhouder (dga) had zijn salaris vastgesteld op (omgerekend) EUR 24.366, omdat zijn echtgenote en zoon als actieve mede-aandeelhouders van de B.V. op grond van de gebruikelijk loonregeling ook een salaris uit de B.V. moesten genieten. Als hij zelf het minimumbedrag van EUR 38.118 moest genieten, zou het resultaat van de B.V. negatief worden. Het Hof Den Haag oordeelde, dat het salaris van de dga toch minimaal EUR 38.118 moest bedragen, omdat er geen sprake was van een structurele verliessituatie. Bovendien had de dga in 1998 nog gelden geleend van de B.V. Uitsluitend in een structurele verliessituatie kan dus worden afgeweken van de grens van EUR 38.118.
Auto Aan het Hof Den Bosch werd de vraag voorgelegd of de bijtelling voor het privé gebruik van de auto van de zaak meetelt voor de hoogte van het gebruikelijk loon. In de voorgelegde casus, waar het gebruikelijk loon lager was dan de EUR 38.118, besliste het Hof, dat de ter beschikking gestelde auto onderdeel was van de beloning en het bedrag van de eraan gerelateerde fiscale bijtelling derhalve onderdeel was van het gebruikelijke loon. Het Hof heeft echter geen antwoord gegeven op de vraag of de fiscale bijtelling in mindering mag worden gebracht op het minimum salaris van EUR 38.118.
Belgische aandeelhouder In een andere casus kwam de vraag aan de orde hoe de gebruikelijk loonregeling uitpakt voor een in België wonende dga van een B.V. die gevestigd is in Nederland. Het Hof Den Bosch is van mening, dat de heffing over het gebruikelijk loon volgens het Belastingverdrag tussen Nederland en België niet aan Nederland toekomt. Het gaat hier namelijk om een eenzijdig door Nederland ingevoerde fictiebepaling, die zonder nadere aanpassingen van het verdrag niet onder een specifieke verdragsbepaling valt. Bijgevolg is het zogenoemde restartikel van het verdrag van toepassing dat de heffingsbevoegdheid toewijst aan de woonstaat, in casu aan België. Dus wordt het voor deze dga in Nederland geconstateerde gebruikelijk loon niet in Nederland belast, daar er feitelijk geen loon is toegekend/uitbetaald! De staatssecretaris heeft inmiddels beroep in cassatie aangetekend. Het laatste woord over deze kwestie is daarmee aan de Hoge Raad.
Pensioenpremie Het Hof Arnhem heeft beslist, dat de ingehouden pensioenpremie op het gebruikelijk loon in mindering mag worden gebracht.
Concern Als een dga persoonlijk bij verschillende groepsmaatschappijen werkzaam is, dient het gebruikelijk loon volgens het Hof Amsterdam in beginsel per B.V. te worden vastgesteld. Het is derhalve van belang, dat een en ander als een dga vanuit een management-B.V. zijn werkzaamheden verricht juist wordt gestructureerd
 
Terug naar Stoppen met Werken
 
|